“Schat, ben ik over dertig jaar nog wel mooi? Hoe zou ik er dan uitzien?”
Iedereen vraagt het zich wel eens af. Ik niet.
Ik weet precies hoe ik eruit ga zien.
Ik ben namelijk gekloond.

Als ik in Nederland over straat loop, word ik vaak aangesproken. Vandaag weer.
“Hé, Hans Kazàn! HANSIE!”
Een groep vrolijke jongeren loopt voorbij. Ze roepen nog iets meligs over hun goochelstokjes na.
Ik lach vriendelijk en loop weer door.
Bij mezelf denk ik: Is het zo erg? Lijk ik zó op mijn vader?

Mijn vader vindt van wel. Toen ik onlangs trots een nieuwe foto van een fotoshoot liet zien, riep hij uit: “Goeie genade”.
Na een paar tellen met open mond naar de foto gekeken te hebben mompelde hij: “Je bent net een kloon van mij”.

Om de proef op de som te nemen, hebben we kort daarna een zogenaamde Faceswap gemaakt.
Je kent dat wel, dat je je gezicht met het gezicht van iemand anders verwisselt. Het resultaat ziet er altijd vreemd, soms bijna buitenaards, uit.
Dat was bij ons niet het geval. Buiten dat onze scheiding spontaan aan de andere kant zat, was er niets opmerkelijks te zien.

Sindsdien heb ik me er compleet bij neergelegd.
Ik ben ook de zoon van Hans Kazàn.
De man die alles, zelfs klonen, kan.

Hans Kazàn & Steven Kazàn

X