Voor onze kinderen Kian (6) en Kenzo (5), die geboren zijn in Spanje, is ons verblijf van een maand in Nederland een hele belevenis. ‘s Avonds gaan ze vaak mee naar de show in Theater de Maaspoort in Venlo, maar overdag hebben we de tijd om échte Hollandse dingen te ondernemen.

Zo heeft onze jongste leren fietsen op de arbeidsintensieve methode van mijn schoonmoeder: `Zijwielen zijn overbodig, gewoon er achteraan rennen!´ Vermoeiend maar effectief, want al na een paar dagen kon Kenzo op zijn kinderfietsje over de landweggetjes zwabberen. Aangezien wij in Spanje dichtbij de zee wonen, is de groene, landelijke omgeving van Limburg een groot ontdekkingsterrein. Spraken ze eerst nog over koe-en en ei-en, kennen zij inmiddels het verschil tussen een beuk en een eik. Het bos is één groot avontuur!

‘Wonen hier geen beren en wolven?’ vraagt de kleinste. Gerustgesteld door mijn ontkennende antwoord, struin ik met de kinderen bijna dagelijks door het bos en probeer daarbij zoveel mogelijk van mijn beperkte boswachterskennis op hen over te dragen. Ik laat sporen zien van varens, leg uit dat in de buurt van prikkelende brandnetels altijd wel verzachtende weebree te vinden is en demonstreer hoe je van afgeritste acaciablaadjes een groene sneeuwstorm kunt maken.

Deze bijgebrachte kennis wil ik graag aan Renzo demonstreren tijdens een avondwandeling met de kinderen. Renzo geeft aan liever gezellig thuis te blijven, maar toch weet ik hem ervan te overtuigen mee de schemerige bossen in te gaan.
Ik glunder als de jongens de beukenootjes en braamstruiken zelfstandig benoemen. Totdat Kian aan komt zetten met een kastanje waar de stekelige schil nog omheen zit: ‘Kijk pap, een groene zeeëgel’, waarna Kenzo naar de groene plantjes onderaan een boom wijst en zegt: ‘En hier groeit MOSsel’. Renzo kijk me lachend aan en vraagt: ‘Toch maar een glaasje wijn schat?’

X