Het was maart 1962, ik was negen jaar oud en liep met een buurjongen op straat. “Er is gisteren een baby bij ons thuis geboren” zei hij. “Kom je even kijken?” Wat ik toen niet kon beseffen, is dat dit kraambezoek een stempel op mijn leven zou drukken waarvan de gevolgen vandaag de dag nog steeds doorwerken.

De in wit uniform gestoken kraamverzorgster nam ons na het bezoekje aan de baby mee naar de keuken om wat te drinken. Toen gebeurde het. Zij liet mij een doosje vol lucifers zien en na een toverspreuk was het doosje ineens leeg. Toen de verdwenen lucifers even later onder een bloemenvaas op tafel werden teruggevonden was ik verbijsterd. Voor mij was het toveren. Dat wilde ik ook kunnen!

Er ging een nieuwe wereld voor mij open. Minstens tien dagen achtereen ging ik na schooltijd langs om het wonder van de lucifers telkens weer te kunnen zien. Uiteindelijk legde de kraamverzorgster mij het geheim achter de truc uit. Mijn interesse voor de goochelkunst was gewekt en binnen korte tijd stortte ik mij met passie en hartstocht op mijn nieuwe hobby. Een ding stond vanaf dat moment voor honderd procent vast: Ik word later goochelaar!

Toen ik elf was begon ik met optreden tijdens verjaardagsfeestjes bij mensen thuis. Bij een begrafenisondernemer had ik een tweedehands hoge hoed op de kop getikt en de mensen die mij in die tijd over straat zagen fietsen met op mijn hoofd de hoge hoed, een zwarte wapperende mantel van voeringstof om mijn schouders en een oude koffer met goocheltrucs op mijn bagagedrager, moeten vreemd hebben opgekeken. Dat waren mijn eerste stappen op weg naar de wereld van de showbusiness.

Het is nu precies 55 jaar later en mijn dochter Lara staat op het punt van bevallen. Mijn vrouw Wendy zal de eerste dagen de kraamzorg op zich nemen. In haar jas heb ik alvast een doosje lucifers gestopt. Je weet maar nooit wie de baby komt bewonderen…

– Hans Kazàn

X